Ik ga ‘oppassen’ bij Ank. Ank heeft dementie en is erg onrustig en agressief. Er is nauwelijks contact te krijgen en ze blijft rondjes lopen ondanks haar zere heup. Bij binnenkomst heeft Ank totaal geen aandacht voor me. Ze loopt rondjes en tikt daarbij met haar hand op haar been, terwijl ze geregeld Jaap roept. Ze kijkt niet op of om.
Ze heeft een zachte uitdrukking maar kijkt steeds geïrriteerder als Jaap maar niet terugroept zo lijkt het. Jaap Jaap, het tikken wordt ook agressiever. Ik besluit om mee te tikken op mijn eigen been. Ze reageert niet dan klap ik zachtjes mee. Ik zie dat ze luistert. Jaap, Jaap roept ze luider. Ik ga het ritme veranderen iets rustiger tot het verandert in een kinderliedje. Ze herkent het direct en ze zingt zachtjes mee. Ik ga zingend voor haar lopen en na een paar rondjes om de bank gaan we erop zitten hand in hand. Jaap zeg ik terwijl ik haar vriendelijk aankijkt. Jaap he zeg ik zacht. Ze knikt. Jaap was lief he, ze knikt weer. Wat vond je leuk om met Jaap te doen. Dansen fluistert ze. En zonder geluid huilt ze.
En de onrust verdwijnt
Mensen met dementie ervaren zo vaak verdriet dat ze niet kunnen uiten. Hun onrust omzetten in kwetsbaarheid vraagt om een goedde observatie en het volgen van je intuïtie. Deze nacht sliep Ank sinds tijden voor het eerst rustig.
